De cello (kort voor violoncello, ook wel violoncel) behoort tot de groep van de strijkinstrumenten. Vanwege de lage en warme klank noemt men de cello ook wel de bariton onder de strijkinstrumenten. cello is ongeveer 120 cm lang. Kleinere afmetingen van de cello worden aangeduid als 1/16, 1/8, 1/4, 1/2 en 3/4 cello's. De cello is bespannen met vier snaren en heeft twee f-gaten. De snaren van de cello zijn van hoog naar laag gestemd: A, D, G, C. De snaren lopen vanaf het staartstuk over de kam naar de stemsleutels aan de bovenzijde van de hals, onder de krul. De kam bevindt zich tussen de klankgaten op het bovenblad. Het stemmen gebeurt met de grote stemknoppen aan de bovenzijde of, indien aanwezig, met de fijnstem-knoppen aan de benedenzijde van het staartstuk. Het instrument wordt op de juiste speelhoogte gebracht door het uitschuiven van de metalen staartpin aan de onderzijde. cello die in de authentieke uitvoeringspraktijk van de oude muziek worden gebruikt hebben deze pin niet. Deze instrumenten worden door de musicus op de juiste hoogte gehouden door ze tussen de benen te klemmen. De cello wordt altijd zittend bespeeld, de pin steunend op de grond. De technieken om de cello tot klinken te brengen, lopen gelijk met die van andere besnaarde strijkinstrumenten.
bezoek ook onze overige sites: