De leer der waarheid; volgens de kleine Westminster catechismus
DE KLEINE OF KORTE CATECHISMUS VAN SCHOTLAND (1648)
1 "Wat is het hoogste doel van de mens?
Het hoogste doel van de mens is God te eren en Hem voor eeuwig te genieten."
2 "Welke regel heeft God gegeven om ons te leiden hoe we Hem kunnen eren en genieten?
Het Woord van God, dat in de Schriften van het Oude en Nieuwe Testament is begrepen, is de enige regel om ons te leiden hoe we Hem kunnen eren en genieten."
3 "Wat onderwijzen de Schriften ons ten diepste?
De Schriften onderwijzen ons ten diepste wat de mens moet geloven aangaande God en welke plicht God vraagt van de mens."
4 "Wat is God?
God is een Geest, oneindig, eeuwig en onveranderlijk;
Hij is in Zijn Wezen wijsheid, kracht, heiligheid, rechtvaardigheid, goedheid en waarheid."
5 "Zijn er meer goden dan Eén?
Er is er maar Eén, de levende en ware God."
6 "Hoeveel Personen zijn er in de Godheid?
Er zijn drie Personen in de Godheid: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. En deze Drie zijn één God; Dezelfde in Wezen, gelijk in kracht en eer."
7 "Wat zijn de besluiten van God?
De besluiten van God zijn Zijn eeuwig voornemen, overeenkomstig de raad van Zijn wil, waarbij Hij tot Zijn Eigen eer alles heeft voorbeschikt wat maar zou gebeuren."
8 "Hoe voert God Zijn besluiten uit?
God voert Zijn besluiten uit in de werken van de schepping en de voorzienigheid."
9 "Wat is het werk van de schepping?
Het werk van de schepping is dat God alle dingen maakte uit niets door het woord van Zijn kracht, in de tijd van zes dagen; en alles zeer goed."
10 "Hoe schiep God de mens?
God schiep de mens mannelijk en vrouwelijk, naar Zijn Eigen beeld, in kennis, gerechtigheid en heiligheid; met heerschappij over de schepselen."
11 "Wat zijn Gods werken van de voorzienigheid?
Gods werken van de voorzienigheid zijn Zijn zeer heilige, wijze en krachtige bewaring en regering van al Zijn schepselen, met al hun daden."
12 "Welke bijzondere daad van voorzienigheid voerde God uit aangaande de mens in de staat waarin hij was geschapen?
Toen God de mens had geschapen, trad Hij in een verbond des levens met hem, op voorwaarde van volkomen gehoorzaamheid; terwijl Hij hem verbood te eten van de boom van de kennis van goed en kwaad, op straffe van de dood."
13 "Bleven onze eerste ouders in de staat waarin zij waren geschapen?
Onze eerste ouders, overgelaten aan de vrijheid van hun eigen wil, vielen uit de staat waarin zij waren geschapen, door te zondigen tegen God."
14 "Wat is zonde?
Zonde is een gebrek aan gelijkvormigheid aan, of overtreding van, de wet van God."
15 "Wat was de zonde waardoor onze eerste ouders vielen uit de staat waarin zij waren geschapen?
De zonde waardoor onze eerste ouders vielen uit de staat waarin zij waren geschapen, was het eten van de verboden vrucht."
16 "Viel de hele mensheid in Adams eerste overtreding?
Omdat het verbond dat met Adam was gemaakt, niet alleen voor hemzelf was, maar voor heel zijn geslacht, zo zondigde heel de mensheid, die door natuurlijke voortplanting van hem afstamde; en zij viel met hem, in zijn eerste overtreding."
17 "In welke staat bracht de val de mensheid?
De val bracht de mensheid in een staat van zonde en ellende."
18 "Waarin bestaat de zondigheid van die staat waarin de mens viel?
De zondigheid van die staat waarin de mens viel, bestaat in de schuld van Adams eerste zonde, het gebrek aan oorspronkelijke gerechtigheid en het bederf van zijn hele natuur (Ä) hetwelk gewoonlijk erfzonde wordt genoemd (Ä); tezamen met alle daadwerkelijke overtredingen die daaruit voortspruiten."
19 "Wat is de ellende van die staat waarin de mens viel?
Heel de mensheid verloor door haar val haar omgang met God, is onder Zijn toorn en vloek en werd zo blootgesteld aan alle ellendigheden in dit leven, aan de dood zelf en aan de pijnigingen der hel voor eeuwig."
20 "Verliet God heel de mensheid om te vergaan in de staat van zonde en ellende?
Omdat God (Ä) alleen uit Zijn goede welbehagen, van eeuwigheid (Ä) sommigen had uitverkoren tot het eeuwige leven, daarom trad God in een Verbond der genade, om hen te redden uit de staat van zonde en ellende en om hen te brengen tot een staat van zaligheid door de Verlosser."
21 "Wie is de Verlosser van Gods uitverkorenen?
De enige Verlosser van Gods uitverkorenen is de Heere Jezus Christus, Die (Ä) hoewel Hij de eeuwige Zoon van God was (Ä) mens werd. En zo was Hij en blijft Hij voor eeuwig God en mens in twee nderscheiden naturen en in één Persoon."
22 "Hoe werd Christus, terwijl Hij de Zoon van God was, mens?
Christus, de Zoon van God, werd mens door voor Zichzelf een waar lichaam aan te nemen en een redelijke ziel. Hij werd ontvangen door de kracht van de Heilige Geest in de schoot van de maagd Maria en uit haar geboren, maar zonder zonde."
23 "Welke Ambten bedient Christus als onze Verlosser?
Christus bedient als onze Verlosser de Ambten van een Profeet, van een Priester en van een Koning, zowel in de staat van Zijn vernedering als van Zijn verhoging."
24 "Hoe bedient Christus het Ambt van Profeet?
Christus bedient het Ambt van Profeet door aan ons te openbaren, door Zijn Woord en Geest, de wil van God tot onze zaligheid."
25 "Hoe bedient Christus het Ambt van Priester?
Christus bedient het Ambt van Priester doordat Hij Zich eenmaal heeft geofferd om aan de Goddelijke gerechtigheid te voldoen en ons met God te verzoenen; en doordat Hij steeds voor ons bidt."
26 "Hoe bedient Christus het Ambt van Koning?
Christus bedient het Ambt van Koning door ons aan Zichzelf te onderwerpen, ons te regeren en te beschermen, en al Zijn en onze vijanden te beteugelen en te overwinnen."
27 "Waarin bestond Christus’ vernedering?
Christus’ vernedering bestond hierin dat Hij geboren werd, en dat in nederige omstandigheden, dat Hij onder de Wet werd gebracht, dat Hij de ellenden van dit leven en de toorn van God en de vervloekte dood van het kruis onderging; dat Hij begraven werd en voor een tijd onder de macht van de dood bleef."
28 "Waarin bestaat Christus’ verhoging?
Christus’ verhoging bestaat hierin dat Hij op de derde dag weer van de dood verrees, dat Hij ten hemel opvoer, dat Hij zit aan de rechterhand van God de Vader en dat Hij op de laatste dag komt om de wereld te oordelen."
29 "Hoe krijgen wij deel aan de verlossing die Christus heeft verworven?
Wij krijgen deel aan de verlossing die Christus heeft verworven door de krachtige toepassing daarvan aan ons door Zijn Heilige Geest."
30 "Hoe past de Geest de verlossing die Christus verworven heeft, aan ons toe?
De Geest past de verlossing die Christus verworven heeft, aan ons toe door geloof in ons te werken en ons daardoor met Christus te verenigen in onze krachtdadige roeping."
31 "Wat is de krachtdadige roeping?
De krachtdadige roeping is het werk van Gods Geest, waardoor Hij
(-) terwijl Hij ons overtuigt van onze zonde en ellende,
(-) onze geest verlicht met de kennis van Christus
(-) en onze wil vernieuwt, ons gewillig maakt en in staat stelt om Jezus Christus te omhelzen, Die ons in het Evangelie vrij wordt aangeboden."
32 "In welke weldaden delen degenen die krachtdadig zijn geroepen, in dit leven?
Die krachtdadig zijn geroepen, delen in dit leven in de rechtvaardiging, aanneming tot kind en heiligmaking, en in de verdere weldaden die er in dit leven mee gepaard gaan of eruit voort vloeien."
33 "Wat is de rechtvaardiging?
De rechtvaardiging is een daad van Gods vrije genade, waarin Hij al onze zonden vergeeft en ons aanvaardt als rechtvaardig voor Zijn Aangezicht, alleen om wille van de gerechtigheid van Christus, ons oegerekend en alleen door het geloof ontvangen."
34 "Wat is de aanneming tot kind?
De aanneming tot kind is een daad van Gods vrije genade, waardoor wij zijn ontvangen in het getal van de kinderen van God en waardoor wij een recht hebben op al hun voorrechten."
35 "Wat is de heiligmaking?
De heiligmaking is een werk van Gods vrije genade, waardoor wij worden vernieuwd in de gehele mens naar het beeld van God, en waardoor wij in staat worden gesteld meer en meer te sterven aan de zonde en te leven tot rechtvaardigheid."
36 "Wat zijn de weldaden die in dit leven de rechtvaardiging,aanneming tot kind en heiligmaking vergezellen of eruit voortvloeien?
De weldaden die in dit leven de rechtvaardiging, aanneming tot kind en heiligmaking vergezellen of eruit voortvloeien zijn zekerheid van Gods liefde, vrede van het geweten, vreugde in de Heilige Geest, opwas in de genade en volharding tot het einde.."
37 "Welke weldaden ontvangen de gelovigen van de Heere Jezus bij de dood?
De zielen der gelovigen worden bij hun dood volmaakt heilig gemaakt en gaan direct binnen in de heerlijkheid; en hun lichamen rusten tot de wederopstanding in hun graven, terwijl ze nog steeds met Christus zijn verenigd."
38 "Welke weldaden ontvangen de gelovigen van de Heere Jezus bij de wederopstanding?
Bij de wederopstanding zullen de gelovigen, nadat ze in heerlijkheid zijn opgewekt, openlijk erkend en vrijgesproken worden in de dag des oordeels en volmaakt gezegend worden in de volle genieting van God tot in alle eeuwigheid."
39 "Wat is de plicht die God van de mens eist?
De plicht die God van de mens eist, is gehoorzaamheid aan Zijn geopenbaarde wil."
40 "Wat openbaarde God in het begin aan de mens als regel van zijn gehoorzaamheid?
De regel die God in het begin aan de mens openbaarde tot gehoorzaamheid, was de zedelijke wet."
41 "Waar vinden wij een samenvatting van de zedelijke wet?
Wij vinden een samenvatting van de zedelijke wet in de tien geboden."
42 "Wat is de samenvatting van de tien geboden?
De samenvatting van de tien geboden is: de Heere onze God lief te hebben met heel ons hart, met heel onze ziel, met heel onze kracht en met heel ons verstand; en onze naaste als onszelf."
43 "Wat is het opschrift boven de tien geboden?
Het opschrift boven de tien geboden is in deze woorden:‘Ik ben de HEERE uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb.’"
44 "Wat leert het opschrift boven de tien geboden ons?
Het opschrift boven de tien geboden leert ons, dat we daarom verplicht zijn al Gods geboden te houden, omdat Hij de HEERE is, onze God en Verlosser."
45 "Wat is het eerste gebod?
Het eerste gebod is: ‘Gij zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben.’"
46 "Wat wordt in het eerste gebod geëist?
Het eerste gebod eist van ons God te kennen en te erkennen als de enige ware God, en als onze God; en Hem
dienovereenkomstig te dienen en te verheerlijken." 47 "Wat is in het eerste gebod verboden?
Het eerste gebod verbiedt de ware God als God en als onze God te ontkennen en Hem níet te dienen en níet te verheerlijken; en om iemand anders die dienst en verheerlijking te geven, die Hem alleen toekomt."
48 "Wat wordt ons in het bijzonder geleerd door de woorden ‘voor Mijn aangezicht’, in het eerste gebod?
De woorden ‘voor Mijn aangezicht’ in het eerste gebod leren ons dat God (Ä) Die alle dingen ziet (Ä) notie neemt van de zonde om andere goden te hebben; en dat dit Hem erg onwelgevallig is." 49 "Wat is het tweede gebod?
Het tweede gebod is: ‘Gij zult geen enkel gesneden beeld maken voor u, of enige gelijkenis van enig ding dat in de hemel boven is, of dat op de aarde beneden is, of dat in het water onder de aarde is. Gij zult u voor hen niet neerbuigen, noch hen dienen; want Ik, de HEERE uw God, ben een jaloers God, bezoekende de misdaad van de vaders aan de kinderen, tot aan het derde en vierde geslacht van hen die Mij haten; en doende armhartigheid tot aan duizenden van hen die Mij liefhebben en Mijn geboden onderhouden.’"
50 "Wat wordt in het tweede gebod geëist?
Het tweede gebod eist dat wij alle religieuze dienst aan God en inzettingen die God in Zijn Woord vastgesteld heeft, zuiver en compleet zullen aannemen, waarnemen en behouden."
51 "Wat wordt in het tweede gebod verboden?
Het tweede gebod verbiedt God te aanbidden door middel van beelden of op een andere manier dan God in Zijn Woord heeft vastgesteld."
52 "Wat zijn de redenen die bij het tweede gebod zijn gevoegd?
De redenen die bij het tweede gebod zijn gevoegd, zijn
(-) dat God onze vrijmachtige Koning is
(-) dat wij Zijn bezit zijn en
(-) de ijver die Hij heeft voor Zijn Eigen aanbidding."
53 "Wat is het derde gebod?
Het derde gebod is: gij zult de Naam van de HEERE, uw God, niet leeg gebruiken, want de HEERE zal hem niet onschuldig houden, die Zijn Naam leeg gebruikt."
54 "Wat wordt geëist in het derde gebod?
Het derde gebod eist het heilige en eerbiedige gebruik van Gods Namen, titels, Eigenschappen, inzettingen,
Woord en werken."
55 "Wat wordt verboden in het derde gebod?
Het derde gebod verbiedt alle ontheiliging of misbruik van iets waardoor God Zichzelf bekend maakt."
56 "Wat is de reden, die bij het derde gebod is gevoegd?
De reden die bij het derde gebod is gevoegd, is: al zouden de overtreders van dit gebod aan de straf van mensen kunnen ontkomen, toch zal de HEERE, onze God, hen niet toelaten aan Zijn rechtvaardig oordeel te ontkomen."
57 "Wat is het vierde gebod?
Het vierde gebod is: denk aan de Sabbathdag om hem heilig te houden. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de Sabbath van de HEERE, uw God. Daarop zult gij geen enkel werk doen; gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling die in uw poorten is. Want in zes dagen maakte de HEERE hemel en aarde, de zee en alles wat daarin is en Hij rustte de zevende dag; waarom de HEERE de Sabbathdag zegende en hem heiligde."
58 "Wat wordt geëist in het vierde gebod?
Het vierde gebod eist het heilighouden voor God van zulke vastgestelde tijden, als Hij heeft bevolen in Zijn Woord. Uitdrukkelijk één hele dag op de zeven, om een heilige Sabbath te zijn voor Hemzelf."
59 "Van welke dag van de zeven heeft God bevolen dat hij de wekelijkse Sabbath zou zijn?
Van het begin der wereld tot aan de opstanding van Christus heeft God bevolen dat de zevende dag van de week de wekelijkse Sabbath zou zijn; en sinds die tijd de eerste dag van de week, om voort te duren tot aan het einde der wereld; dit is de Christelijke Sabbath.’"
60 "Hoe moet de Sabbath geheiligd worden?
De Sabbath moet geheiligd worden door een heilig rusten, heel die dag; en wel ook van zulke aardse bezigheden en ontspanningen die wettig zijn op andere dagen; en door heel de tijd te besteden in openbare en persoonlijke oefeningen van de dienst aan God; behalve zoveel moet worden afgenomen voor de werken van noodzakelijkheid en van barmhartigheid."
61 "Wat is verboden in het vierde gebod?
Het vierde gebod verbiedt het nalaten of het onnadenkend verrichten van de geëiste plichten en de ontheiliging van de dag door leegheid of door het doen van iets wat op zichzelf zondig is, of door onnodige gedachten, woorden of werken over onze aardse bezigheden of ontspanningen."
62 "Wat zijn de redenen die bij het vierde gebod zijn gevoegd?
De redenen die bij het vierde gebod zijn gevoegd, zijn:
1- God staat ons zes dagen van de week toe voor onze eigen bezigheden;
2- Hij eist de zevende speciaal als Zijn eigendom op;
3- Zijn eigen voorbeeld;
4- en dat Hij de Sabbathdag zegent.’"
63 "Wat is het vijfde gebod?
Het vijfde gebod is: eer uw vader en uw moeder; opdat uw dagen lang mogen worden in het land dat de HEERE, uw God, u geeft."
64 "Wat wordt in het vijfde gebod geëist?
Het vijfde gebod eist het bewaren van de eer en het uitvoeren van de plichten ten opzichte van iedereen, op zijn plaats en omstandigheid, zoals zij die boven ons staan, zij die onder ons staan en zij die gelijk aan ons zijn."
65 "Wat wordt in het vijfde gebod verboden?
Het vijfde gebod verbiedt het verwaarlozen van of het doen van iets tegen de eer en plicht die aan een ieder op zijn plaats en omstandigheid toekomen."
66 "Wat is de reden die aan het vijfde gebod toegevoegd is?
De reden die aan het vijfde gebod toegevoegd is, is een belofte van lang leven en van voorspoed (zover tot het Gods eer strekt en hen zelf ten goede komt) voor allen die dit gebod onderhouden."
67 "Wat is het zesde gebod?
Het zesde gebod is: gij zult niet doodslaan."
68 "Wat wordt in het zesde gebod geëist?
Het zesde gebod eist alle wettige pogingen om ons eigen leven en dat van anderen te bewaren."
69 "Wat wordt in het zesde gebod verboden?
Het zesde gebod verbiedt ons om ons eigen leven te nemen of het leven van onze naaste, op onjuiste wijze; of wat daar maar toe kan strekken."
70 "Wat is het zevende gebod?
Het zevende gebod is: gij zult geen overspel doen."
71 "Wat wordt in het zevende gebod geëist?
Het zevende gebod eist het bewaren van de reinheid van onszelf en van onze naaste, in hart, woord en gedrag."
72 "Wat wordt in het zevende gebod verboden?
Het zevende gebod verbiedt alle onreine gedachten, woorden en daden."
73 "Wat is het achtste gebod?
Het achtste gebod is: gij zult niet stelen."
74 "Wat wordt in het achtste gebod geëist?
Het achtste gebod eist dat we het bezit en de uitwendige goederen van onszelf en van anderen op een
wettige manier verkrijgen en bevorderen."
75 "Wat wordt in het achtste gebod verboden?
Het achtste gebod verbiedt wat het bezit en de uitwendige goederen van onszelf en van anderen onterecht verhindert of zou kunnen verhinderen."
76 "Wat is het negende gebod?
Het negende gebod is: gij zult geen valse getuigenis spreken tegen uw naaste."
77 "Wat wordt in het negende gebod geëist?
Het negende gebod eist het bewaren en bevorderen van de waarheid tussen mensen onderling; en van de goede naam van ons en van onze naaste, in het bijzonder in het getuigen."
78 "Wat wordt in het negende gebod verboden?
Het negende gebod verbiedt al wat nadelig is voor de waarheid, of schadelijk voor de goede naam van onszelf of van onze naaste."
79 "Wat is het tiende gebod?
Het tiende gebod is: Gij zult niet begeren uws naasten huis, gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn os, noch zijn ezel, nog enig ding dat van uw naaste is."
80 "Wat wordt in het tiende gebod geëist?
Het tiende gebod eist volle tevredenheid met onze omstandigheid, in een goede en vriendelijke gestalte van gemoed ten opzichte van onze naaste en van alles dat van hem is."
81 "Wat is verboden in het tiende gebod?
Het tiende gebod verbiedt alle ontevredenheid met onze situatie, terwijl we afgunstig zijn op het bezit van onze naaste of er verdrietig van worden dat hij het heeft; verder alle ongeordende gedachten en verlangens met betrekking tot alles dat van hem is."
82 "Is enig mens in staat om de geboden van God volkomen te houden?
Geen mens (voorzover hij alleen maar mens is) is sinds de zondeval in staat om in dit leven de geboden van God te houden, maar hij breekt ze dagelijks in gedachten, woorden en daden."
83 "Zijn alle overtredingen van de wet even gruwelijk?
Sommige zonden zijn in zichzelf en vanwege verscheidene verzwarende omstandigheden gruwelijker in Gods oog dan andere."
84 "Wat verdient iedere zonde?
Elke zonde verdient Gods toorn en vloek, zowel in dit leven als in het toekomende."
85 "Wat vraagt God van ons om aan Zijn toorn en vloek, die we vanwege onze zonde waardig zijn, te ontkomen?
Om te ontkomen aan de toorn en vloek van God, die we vanwege onze zonde waardig zijn, vraagt God van ons geloof in Jezus Christus, bekering ten leven, met het ijverig gebruik maken van alle uitwendige middelen, waardoor Christus aan ons de weldaden van de verlossing meedeelt."
86 "Wat is geloof in Jezus Christus?
Geloof in Jezus Christus is een zaligmakende genade, waardoor we Hem aanvaarden en op Hem alleen rusten tot zaligheid, zoals Hij ons in het Evangelie wordt aangeboden."
87 "Wat is bekering ten leven?
Bekering ten leven is een zaligmakende genade, waardoor een zondaar vanuit een waar gevoel van zijn zonde en een bevatting van de genade van God in Christus, zich van de zonde keert tot God, met smart over en haat tegen zijn zonde; met een eerlijk voornemen (en inspanning) tot de nieuwe gehoorzaamheid."
88 "Wat zijn de uitwendige middelen, waardoor Christus aan ons de weldaden van de verlossing meedeelt?
De uitwendige en gewone middelen, waardoor Christus aan ons de weldaden van de verlossing meedeelt, zijn inzettingen, in het bijzonder het Woord, de sacramenten en het gebed. Deze worden alle krachtig gemaakt voor de uitverkorenen tot zaligheid."
89 "Hoe wordt het Woord krachtig gemaakt tot zaligheid?
De Geest van God maakt het lezen, maar in het bijzonder het prediken van het Woord een krachtig middel om zondaren te overtuigen en te bekeren en om hen op te bouwen in heiligheid en troost, door het geloof, tot de zaligheid."
90 "Hoe moet het Woord worden gelezen en gehoord, zodat het krachtig wordt tot zaligheid?
Opdat het Woord krachtig wordt tot zaligheid, moeten we er mee omgaan met ijver, met voorbereiding, met gebed; het ontvangen met geloof en liefde; het in onze harten bewaren en in onze levens praktizeren."
91 "Hoe worden de sacramenten krachtige middelen tot zaligheid?
De sacramenten worden krachtige middelen tot zaligheid, niet door enige kracht in henzelf of in degenen die ze bedienen; maar alleen door de zegen van Christus en de werking van Zijn Geest in degenen die ze met geloof ontvangen."
92 "Wat is een sacrament?
Een sacrament is een heilige inzetting, door Christus ingesteld, waarin door tastbare tekenen Christus en de weldaden van het nieuwe verbond worden vertegenwoordigd, verzegeld en toepast aan gelovigen."
93 "Welke zijn de sacramenten van het Nieuwe Testament?
De sacramenten van het Nieuwe Testament zijn Doop en des Heeren Maaltijd."
94 "Wat is de Doop?
De Doop is een sacrament, waarin de afwassing met water in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest, afbeeldt en verzegelt onze inlijving in Christus en het deelhebben aan de weldaden van het verbond der genade en onze belofte om van de Heere te zijn."
95 "Aan wie moet de Doop worden bediend?
De Doop mag niet worden bediend aan iemand die buiten de zichtbare kerk is, totdat zij hun geloof in Christus en gehoorzaamheid aan Hem belijden; maar de kinderen van hen die leden van de zichtbare kerk zijn, moeten worden gedoopt."
96 "Wat is het Heilig Avondmaal?
Het Heilig Avondmaal is een sacrament waarin (Ä) door het geven en het ontvangen van brood en wijn volgens Christus’ voorschrift (Ä) Zijn dood wordt getoond; en de waardige ontvangers krijgen, niet op een lichamelijke en vleselijke manier, maar door het geloof, deel aan Zijn lichaam en bloed met al Zijn weldaden, tot hun geestelijke voeding en groei in de genade."
97 "Wat wordt vereist om het Heilig Avondmaal waardig te ontvangen?
In hen die het Heilig Avondmaal waardig willen ontvangen, is vereist dat zij zichzelf onderzoeken aangaande hun kennis van het lichaam des Heeren, aangaande hun geloof om zich met Hem te voeden, aangaande hun erouw, liefde en nieuwe gehoorzaamheid; opdat zij niet, wanneer zij onwaardig komen, zichzelf een oordeel eten en drinken."
98 "Wat is gebed?
Gebed is een aanbieden aan God van onze begeerten naar dingen die overeenkomen met Zijn wil, in de Naam van Christus, met belijdenis van onze zonden en dankbare erkentenis voor Zijn barmhartigheden."
99 "Welke regel heeft God gegeven tot onze onderwijzing in het gebed?
Het hele Woord van God is nuttig om ons te onderwijzen in het gebed; maar de bijzondere regel van onderwijzing is die manier van bidden die Christus Zijn discipelen leerde, gewoonlijk genoemd ‘Het gebed des Heeren’."
100 "Wat leert de aanspraak van het gebed des Heeren ons?
De aanspraak van het gebed des Heeren (welke is ‘Onze Vader Die in de hemelen zijt’) leert ons dichtbij God te komen met alle heilige eerbied en vertrouwelijkheid, als kinderen bij hun Vader, Die in staat is en gereed staat ons te helpen; en dat we met en voor anderen bidden."
101 "Waar bidden we om in de eerste bede?
In de eerste bede (welke is ‘Uw Naam worde geheiligd’) bidden we dat God ons en anderen wil bekwamen om Hem te verheerlijken in alles waardoor Hij Zich bekend maakt; en dat Hij alles wil doen strekken tot Zijn eigen glorie."
102 "Waar bidden we om in de tweede bede?
In de tweede bede (welke is ‘Uw Koninkrijk kome’) bidden we dat satans koninkrijk vernietigd wordt en dat het Koninkrijk der genade bevorderd wordt; dat wijzelf en anderen erin gebracht en bewaard worden; en dat het Koninkrijk der heerlijkheid spoedig komt."
103 "Waar bidden we om in de derde bede?
In de derde bede (welke is ‘Uw wil geschiede op aarde als in de hemel’) bidden we dat God door Zijn genade ons bekwaam en gewillig maakt om Zijn wil te weten, te gehoorzamen en ons eraan te onderwerpen, in alles, zoals de engelen in de hemel doen." 104 "Waar bidden we om in de vierde bede?
In de vierde bede (welke is ‘Geef ons deze dag ons dagelijks brood’) bidden we dat we als Gods vrije gave een genoegzaam deel mogen ontvangen van de goede dingen van dit leven en Zijn zegen daarbij mogen genieten."
105 "Waar bidden we om in de vijfde bede?
In de vijfde bede (welke is ‘En vergeef ons onze schulden, zoals wij onze schuldenaren vergeven’) bidden we dat God om Christus’ wil al onze zonden genadig wil vergeven; waar we met des te meer moed om vragen, omdat wij door Zijn genade in staat zijn gesteld anderen van harte te vergeven."
106 "Waar bidden we om in de zesde bede?
In de zesde bede (welke is ‘En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het boze’) bidden we dat God ons óf ervoor wil bewaren dat wij tot zonde worden verleid, óf ons wil steunen en verlossen, wanneer we worden verleid."
102 "Wat leert ons het besluit van het ‘Onze Vader’?
Het besluit van het ‘Onze Vader’ (hetwelk is ‘Want van U is het Koninkrijk en de kracht en de glorie voor euwig, Amen’) leert ons dat we onze bemoediging in het gebed alleen aan God ontlenen; en dat we in onze gebeden, om Hem prijzen, aan Hem het Koninkrijk, macht en glorie toeschrijven. En als bewijs van onze begeerte en van onze verzekering om te worden verhoord, zeggen we Amen."
2 Catechismi van John Owen (engels)
bezoek ook onze overige sites: