Mooier dan Geert Mak zelf kun je zijn geboorte als zevende en laatste kind van ds. Mak en zijn vrouw niet beschrijven: "Ze kreeg zo'n bolle buik, zou ze weer beriberi of iets dergelijks hebben opgelopen? Op een dag vroeg ik (Maks broer Hans, red.) het haar rechtstreeks. Ze zei: je krijgt een broertje of zusje.' Zo kwam ik begin december 1946 ter wereld, als een onbehoorlijk gezond kind uit een afgetobde moeder, een nieuwkomer in een gezin dat al een intens leven achter de rug had." Deze beschrijving uit De eeuw van mijn vader kenmerkt Maks stijl van geschiedschrijven ten voeten uit: direct, als het even kan persoonlijk en bijzonder toegankelijk. Het is dan ook allerminst een wonder dat Mak met Lou de Jong inmiddels de bekendste Nederlandse historicus is. En dat is niet slecht voor iemand die geen historicus is. Mak scheelde meer dan negen jaar met zijn broer Hans boven hem; de vier andere kinderen waren zelfs tussen 1925 en 1933 geboren. Zijn ouders, zo lezen we in de lijvige autobiografische roman uit 1999, hadden de oorlog gescheiden doorgemaakt: dominee Mak werkte aan de Birma-spoorlijn, moeder zat met drie van haar kinderen in een Jappenkamp. Mak zelf maakte van deze ellende weinig mee - behalve de verhalen. Hij behoorde tot de baby-boomers, de bijna een miljoen kinderen die tussen 1946 en 1949 ter wereld kwamen in Nederland. Mak ontvluchtte na zijn middelbare school het Friese Hardegarijp, waar de familie terecht was gekomen, en studeerde in de jaren zestig staatsrecht en rechtssociologie aan de Vrije Universiteit. De keuze voor een Christelijke universiteit lag - gezien het beroep van zijn vader - nogal voor de hand. Babyboomer Mak raakte meer onder de indruk van de protestbewegingen van de jaren zestig, dan van het gereformeerde universitaire bolwerk. Na zijn afstuderen was hij als redacteur verbonden aan de Groene Amsterdammer. Tot zijn onderwerpen behoorden - toen al - minderheden, jongerenbewegingen en grootstedelijke problematiek. Een echo van die maatschappelijke betrokkenheid weerklonk in 2000 toen hij openlijk steun betuigde aan de bezetters van de inmiddels ontruimde kalenderpanden in Amsterdam. Mak verruilde de Groene voor het NRC Handelsblad en uiteindelijk de krant voor de radio. Na een periode - onder andere - reisreportages voor de VPRO te hebben verzorgd, werkt Mak sinds begin jaren negentig aan de boeken die hem tot chroniqueur van de eigentijdse Vaderlandse Geschiedenis hebben gemaakt. De echte doorbraak vond plaats met het veelgeprezen Hoe God verdween uit Jorwerd. In dat boek beschrijft hij hoe het Friese Jorwerd tussen 1945 en 1995 van zijn authenticiteit beroofd raakt. Mak verbleef voor het schrijven van het boek langere tijd in het Friese dorp. Het onaanzienlijke plaatsje kreeg er zowaar de status van bedevaartsoord door. Op het boek volgde het Boekenweekgeschenk van 1998, getiteld Het ontsnapte land. Mak reist daarin aan de hand van een schippersalmanak, oude foto's en een stafkaart uit 1912 een beurtschipper uit lang vervlogen tijden na. Zoiets geeft bij Mak - naast de lust tot het noteren van feitelijke waarheden - altijd aanleiding tot overpeinzing. In 1999 reisde hij een vol jaar voor NRC Handelsblad door Europa. Zijn reisnotities, deels historisch, deels actueel, verschenen iedere dag op de voorpagina. In 2001 herhaalt hij het procédé: hij volgt (op televisie en in boekvorm) het spoor van Jacob van Lennep die in 1823 een wandeltocht door een - voor ons zo goed als onherkenbaar - Nederland maakte. Hoewel 'Jorwerd' vrij algemeen genoemd wordt als zijn belangrijkste werk, is De eeuw van mijn vader, verschenen aan de vooravond van het nieuwe millennium, zijn meest omvangrijke en persoonlijke boek. Met professionele afstand, maar tegelijk familiaal en betrokken beschrijft Mak de veranderingen in de wereld van de Twintigste Eeuw in, aan de hand van grote gebeurtenissen die ingrijpen in het persoonlijk leven van de Maks en vader Mak in het bijzonder. Geprezen is Mak niet alleen door zijn enorme oplagecijfers. Voor Hoe God verdween uit Jorwerd kreeg hij de Henriëtte Roland Holstprijs, voor De eeuw van mijn vader de Trouw Publieksprijs. Tussen 2000 en 2003 bekleedde Geert Mak aan de Universiteit van Amsterdam de Wibautleerstoel voor grootstedelijke problematiek, in het bijzonder die van Amsterdam. Zijn inaugurele rede, in januari 2001, 'De Goede Stad', ging over het concept van de 'cittá ideale' en de opeenvolgende uitbreidingsplannen voor Amsterdam. In maart 2004 verscheen zijn meest omvangrijke werk, In Europa, een reisverslag door het continent en tegelijk een uniek geschiedenisverhaal over Europa in de twintigste eeuw.
bezoek ook onze overige sites: