Maartje, die geen ouders meer heeft, woont bij haar tante in een klein dijkhuisje. Tante mien zorgt altijd goed voor haar, maar nu, in de winter, is ze ziek en kan ze niet meer werken. Dat betekent dat er geen inkomsten zijn. En er is bijna geen eten meer en ook geen hout voor de kachel. Maar de Heere zorgt, juist op momenten dat niemand het verwacht.
Maartje wordt op school geplaagd omdat ze zulke armoedige kleren draagt. Gelukkig neemt Hannes van de voddenboer het voor haar op. Als haar plaaggeest een ongeluk krijgt, mogen Maartje en Hannes laten zien wat naastenliefde is.