Dit boek maakt duidelijk hoe de schrijnende verdeeldheid van de gereformeerde gezindte is ontstaan. De soms bijzonder ingewikkelde geschiedenis wordt teruggebracht tot hoofdlijnen. Naast Afscheiding en Doleantie krijgt de denominatievorming rond 1900 de aandacht:
de Christelijke Gereformeerde Kerk (1892), de Gereformeerde Bond in de Nederlandse Hervormde Kerk (1906), de Gereformeerde Gemeenten en de Oud Gereformeerde Gemeenten (1907). Het boek biedt ook een korte karakteristiek van de kerkhistorische ontwikkelingen in de Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijg.).
Eveneens krijgen de oecumenische beweging, het Samen op Weg proces, het ontstaan van de Protestantse Kerk in Nederland en de Hersteld Hervormde Kerk (2004) aandacht.