KLEINE ZWERVER
9789026642500
'Kom hier, lelijk mormel,' buldert de man. Hij stampt met zijn klomp op de weg. 'Hier!' En dan komt hij hard op me aflopen; zijn handen grijpen al. En ik...? O, wat moet ik doen? Ik zit in elkaar gekropen van bangheid. Ik durf niets meer, zo bang ben ik. Ik durf niet eens meer weg; te lopen. En dan! Dan grijpen twee handen me vast! Maar - 't zijn geen grote, harde handen, 't zijn twee kleine, zachte handjes. 't Zijn Beppies handjes. 't Is winter en 't is bitter koud. Buiten loopt een kleine hond. Hij heeft het koud, en hij heeft zo'n honger! Hij verstopt zich tussen de koude bladeren onder de heg. Maar dan klopt er een klein meisje op het raam. Ze wenkt. Zou hij naar binnen mogen? Zou het lekker warm zijn in dat huis? En als het echt fijn is, mag hij dan blijven? Of moet hij terug naar zijn baas, die hem schopt...
!
<<
|
|