Op een aangrijpende manier beschrijft Ann Moore het plattelandsleven tijdens de Ierse Hongersnoden. De kwalijke rol die de Engelsen daarin speelden, verbloemt ze niet. In een stijl waarin de Ierse taal als het ware meeresoneert, voert ze de lezer de pijnlijke geschiedenis van een onderdrukt volk binnen. Tegelijk laat ze zien hoe groot de kracht van hoop, geloof en liefde is.
De man van Grace O’Malley is in het Ierse verzet omgekomen, en ook Grace zelf wordt gezocht door de Engelse regering. Grace neemt de moeilijkste beslissing van haar leven – ze vertrekt per schip uit Ierland in de hoop op een betere toekomst. Ze laat twee dingen achter waarmee ze met al haar vezels verbonden is: haar land – een land in doodsnood – en haar pasgeboren zoontje John Paul.
Grace overleeft de overtocht naar Amerika en voegt zich bij haar broer Sean in Manhattan. Gekweld door de keuzes die ze in het verleden heeft gemaakt en wanhopig verlangend naar nieuws over John Paul, valt het leven in het nieuwe vaderland haar zwaar. En dat wordt er niet beter op als Grace de harde realiteit van het immigrantenleven leert kennen. Het Ierse district, waar de immigranten gedwongen wonen, blijkt een verschrikkelijk oord vol ziekte en criminaliteit te zijn.
Langzamerhand vat Grace moed om in opstand te komen tegen de corruptie en onrechtvaardigheid – maar haar dappere daden blijken een bedreiging te vormen voor de mensen die ze juist wil beschermen