Psalmen 1 - 25
CANT-131
Een bundel met psalmbewerkingen waarvan de opeenvolging van de psalmen, beginnend bij de eerste, wellicht al doet vermoeden dat deze bundel de eerste is van een reeks nieuwe bewerkingen van alle 150 psalmen. Onze psalmen lenen zich zeer goed voor polyfone muziekvormen als trio’s, fuga’s, canons, passagaclia’s en gefigureerde koraalbewerkingen. Deze muziekvormen staan bekend om hun eenvoud en bruikbaarheid, ook op de kleinere orgels. Deze vormen zijn dan ook regelmatig toegepast in deze bundel. Zo zijn er fuga’s van de psalmen 2, 3, 14 en 18 en worden de psalmen 12, 13 en 16 ingeleid met fugatische thema’s. Met name bij de wat minder bekende melodieën heeft dit als voordeel dat de melodie, die in het thema is verwerkt, vaker dan één keer ten gehore wordt gebracht gedurende de bewerking. Trio’s treffen we aan bij de psalmen 1 en 25. Bij psalm 25 zal een ieder het bekende trio “Werde munter, mein Gemüthe” uit Bach’s cantate 147 herkennen. Door het prachtige thema van dit trio boven een psalm te plaatsen, wordt dit ook bruikbaar binnen de eredienst. Psalm 6 heeft een gefigureerde koraalbewerking, bij psalm 17 treffen we een kleine passagaclia aan en bij psalm 11 een canon in de onderkwint. Bij de psalmen 10 en 23 geldt dat er variaties zijn gemaakt op de melodie terwijl er bij psalm 8 een ABA-vorm is toegepast. Voor de overige psalmen geldt dat hier voor een vrije vorm van bewerken is gekozen. Naast de bewerking is iedere psalm voorzien van een ritmische koraalzetting, die ook niet-ritmisch goed is te gebruiken. Voorspelen en koralen over de psalmen 1 t/m 25
!
<<
|
|