KORAALBEWERKINGEN 3
CANT-159
Van psalm 42 treft u van elk vers een variatie aan, waarvan vers 7 met een knipoog naar Feike Asma. Van psalm 119 zijn de verzen 3,17 en 53 bewerkt die alledrie nauw met elkaar verbonden zijn. Beide bewerkingen zijn voorzien van een koraal. Volgens de kanttekeningen, klaagt David in psalm 42 bitterlijk over het ontberen van de openbare godsdienst en over de godslasteringen van zijn vijanden, waardoor zijn geest overstelpt wordt. Deze klacht zien we ook duidelijk terug in de berijmde verzen, reeds in het eerste vers klaagt de dichter (‘t Hijgend hert...). Ook de volgende verzen zijn een aaneenschakeling van klacht en droefheid. Maar, zo wordt vermeld, hij verwekt zijn ziel weer tot een vaste hoop en vertrouwen op Gods genade. Ook dit vinden wij terug bij de dichter, wat met name terugkomt in vers 5: “Maar de Heer zal uitkomst geven”. Van psalm 119 treft u in deze bundel drie variaties aan. Kenmerkend voor psalm 119 is de voortdurende vermelding van Gods wet of een verwijzing daarheen. In vers 53 leert de dichter hoe de mens deze wet dient te bewaren, namelijk door onderhouding van Zijn Woord. Hier wordt gezongen: “Uw Woord is mij een lamp voor mijnen voet”. Variaties over de psalm 42 en 119
!
<<
|
|