KORAALBEWERKINGEN 4
CANT-177
Van psalm 105 treft u een forse toccata gevolgd door een fris trio. Bij de toccata herkent u de fanfare van N.J. Lemmens. Van psalm 132 treft u een largo, cantabile, trio en een marcato aan. Beide bewerkingen zijn van een koraal voorzien. Van zowel psalm 105 als psalm 132 vinden we een verwijzing naar het Bijbelboek 1 Kronieken. Hier vinden we dat er gezongen wordt i.v.m de vervoering van de ark 1 Kron 16. Vanaf 1 Kron 16: 8 vindt men zelfs nagenoeg letterlijk de tekst van psalm 105 weer. In de berijmde psalm 105 klinkt reeds in het eerste en tweede vers de vreugdeklank (“Looft, looft verheugd…”, “Juicht, elk om…”). In de navolgende verzen is het een vragen en een geloven (“Vraagt naar den HEER’…”,“God zal Zijn waarheid…”) waarna een reeks wonderdaden wordt bezongen. Het mag duidelijk zijn dat de toccata bedoeld is om iets van de vreugdeklank weer te geven, en in de trio de bede wordt gekarakteriseerd. Van psalm 132 horen we de dichter eerst vragen om een gedenken. Dit gedenken slaat op de gelofte (“,,,den duur gezworen eed,”) voorheen gedaan. Maar ook worden we weer, in vers 4, bij de vervoering van de ark bepaald. In de laatste twee variaties horen we van een heuglijk antwoord die God aan David en Zijn kerk gedaan heeft. (“Ik zal, dus sprak Hij,…..”). In met name het laatste vers klinkt de jubel over het feit dat zelfs de vijand niets vermag en blijft de belofte overeind: “Maar eeuwig bloeit de gloriekroon op ’t hoofd van Davids groten Zoon.”
!
<<
|
|