Klik hier

John Bunyan

Auteursrechtelijk vrij matriaal

John Bunyan

In 1628 wordt in het kleine gehucht Elstow een jongen geboren: John Bunyan.
Als hij vanwege zijn gedrag van school gestuurd wordt, gaat hij net als zijn vader elke dag op pad om potten en pannen te repareren. Al jong valt hij op door zijn ruwe taal, vloeken, zweren en liegen. Toch geeft de Heere hem niet helemaal over aan de hardheid van zijn hart. Soms spreekt zijn geweten als hij verkeerde dingen doet.
Op 19 jarige leeftijd trouwt hij met Mary. Zij heeft veel invloed op haar man. Op haar aandringen gaat hij mee naar de kerk. Na de kerkdienst doet hij dan mee aan het pinkelspel. Op een zondag preekt de dominee over de heiliging van de zondag. Na het eten gaat Bunyan toch naar het veld om met zijn vrienden het pinkelspel te spelen. Hij zwaait met zijn knuppel om het houtje weg te slaan, en dan hoort hij een stem: "Wilt gij uw zonden loslaten en naar de hemel gaan, of wilt gij uw zonden vasthouden en naar de hel gaan?" Verbijsterd laat hij zijn knuppel zakken en kijkt omhoog naar de hemel. Zo'n vloeker en spotter naar de hemel? Zoveel zonden zal Christus nooit kunnen vergeven. Het is voor hem al te laat. Hij kan beter zoveel mogelijk van de zonde genieten. Vanaf die tijd vloekt en spot hij meer dan ooit.
Voor het winkelraam van mevrouw Holly staat John Bunyan met zijn vriend te praten. John vloekt heel erg. Opeens rukt mevrouw Holly de deur van haar winkeltje open en roept tegen John: "Zou je niet eens ophouden met vloeken? Je bent de meest goddeloze kerel die ik ooit ontmoet heb. Door jouw gedrag bederf je de jeugd van de stad." Stil gaat John naar huis. Vanaf die tijd probeert hij niet meer te vloeken. Hij gaat zelfs meer in de Bijbel lezen. Maar de zondagse spelen blijft hij bezoeken. Op een keer wordt zijn vriend dodelijk door de bliksem getroffen. Nu stopt Bunyan wel met het bezoeken van de spelen. Hij denkt van zichzelf dat hij een kind van God is, gaat altijd naar de kerk, leest in de Bijbel en vloekt niet meer.
Op een dag staat Bunyan in het dorpje een lekke pan te repareren. Hij hoort een gesprek van twee vrouwen. Duidelijk hoort hij één van hen zeggen: "Als de Heere ons de wedergeboorte niet geeft, dan helpt het niet of we een goed leven leiden." Al pratend lopen de vrouwen verder. John kan de rest niet meer verstaan. Hij heeft genoeg gehoord. Hij ziet dat hij de wedergeboorte mist. Hij kent Christus niet. De maanden die volgen zijn heel moeilijk voor hem. John weet niet meer hoe het moet, maar de Heere wel. Op een dag leest Bunyan in zijn Bijbel: "Dwingt ze in te komen, opdat Mijn huis vol worde, en nog is er plaats." Vooral dat laatste: "En nog is er plaats" geeft hem moed. Er is nog plaats bij de Heere, zelfs voor hem!
Op een dag ziet Bunyan de vrouwen in Bedford terug. Zij raden hem aan om naar de preken van Ds. Gifford te gaan luisteren. In de periode daarna heeft Bunyan veel met Ds. Gifford gesproken. Zo word de pastorie "het huis van uitlegger". Ook is Ds. Gifford voor hem een evangelist, die hem de weg van behoud wijst, naar het Lam van God. Rust voor zijn ziel heeft de ketellapper nog niet gevonden. Het lijkt alsof de Bijbel een gesloten boek voor hem is. Gods kinderen wijzen hem echter op Gods beloften. Bunyan schrijft: "Zij hadden mij evengoed kunnen aanraden om de zon aan te raken, als dat ik de beloften moest aannemen." Bunyan gaat steeds meer begrijpen dat hij verloren is, als hij Christus niet kent.
Eindelijk vindt hij rust, doordat hij mag zien op het bloed van de Heere Jezus. De Bijbel troost hem: "Die tot Mij komt zal Ik geenszins uitwerpen." Bunyan wordt lid van de gemeente van Ds. Gifford. In datzelfde jaar wordt hij deacon (ouderling). Een paar jaar later vraagt de kerkraad of hij voor kan gaan in de gemeente. Bunyan wordt uitgezonden om te preken in de omgeving van Bedford. Hij preekt op straten, in schuren, onder bomen en in weilanden. De mensen stromen toe.
Toch wordt de vrijheid van godsdienst bedreigd. Koning Karel II wil dat iedereen naar de staatskerk gaat. De afgescheidenen worden vervolgd. In 1660 preekt Bunyan op een boerderij. De boer waarschuwt hem. De rechter heeft een bevel tot gevangenneming uitgegeven. Zijn advies is: "Vlucht!"
Bunyan bidt in een apart vertrek om Gods leiding. En hij vlucht niet. De dienst begint en Bunyan leest zijn tekst voor: "Gelooft gij in de Zoon van God?" Dan wordt de staldeur opengerukt en de knechten van de rechter stormen binnen. De veldwachter zegt dat hij moet stoppen met preken. Bunyan antwoord: "Ik ben in dienst van mijn Meester en moet Hem meer gehoorzamen dan een mens." Toch gaat hij mee. In zijn afscheidswoord zegt hij: "Het is genade geroepen te worden om te lijden voor zo'n goede zaak."
Het nieuws dat Bunyan gevangen genomen is, verspreidt zich als een lopend vuurtje door de stad. Vrienden proberen hem vrij te krijgen. In een vunzige cel wordt hij opgesloten. Toch wordt zijn cel een hemels paleis waar hij veel mag leren van de Heere. Veel zorgen heeft hij om zijn vrouw en vier kinderen. Hij leert ze in Gods hand over te geven.
Bunyan zit twaalf jaar in de gevangenis. Hij heeft het zich zo anders voorgesteld. Maar Gods wegen zijn hoger dan Bunyans wegen. Hier schrijft hij zijn beroemdste boek: "De Christenreis." Dit boek is verspreid over de hele wereld. Zo heeft hij veel meer mensen bereikt, dan hij ooit met zijn preken kon bereiken. Na zijn vrijlating preekt hij veel in schuren en de open lucht. Opnieuw wordt Bunyan gevangen genomen. Nu duurt zijn verblijf in de gevangenis maar een jaar. Over de laatste jaren van Bunyans pelgrimstocht is weinig bekend. Hij preekt regelmatig in Londen. De beroemde Ds. Owen gaat graag luisteren naar de ketellapper. Koning Karel II vraagt Owen een keer: "Waarom ga je toch naar die ongeleerde ketellapper?" Owen antwoordt: "Ik wil al mijn geleerdheid prijsgeven als ik de preekgaven van de ketellapper mocht bezitten.
Na een rit te paard in een hevige regenbui komt Bunyan doornat in Londen aan. Hij wordt ernstig ziek. In de dagen die volgen krijgt hij bezoek van zijn vrienden. Hij troost hen, die huilend bij zijn bed staan. Zijn laatste woorden zijn: "Weent niet over mij, maar over uzelf. Ik ga heen naar de Vader van onze Heere Jezus Christus. Ik hoop dat we elkaar eens zullen weerzien, om het nieuwe lied te zingen en eeuwig gelukkig te zijn."

Bunyan, die ook wel 'the Immortal Thinker' wordt genoemd, is één van bekendste en meest gelezen christelijke schrijvers. Hij is de auteur van talrijke boeken, waaronder "Pelgrim's Progress" en de autobiografische bundel 'Grace Abounding To the Chief of Sinners'. Een aantal van zijn boeken, gebeden, gedichten en muziekstukken schreef hij in de gevangenis, alwaar hij meerdere malen -voor lange tijd- werd opgesloten omdat hij in het openbaar predikte zonder over de benodigde vergunningen te beschikken.

Het belang van John Bunyan's werk is dermate groot, dat wij U graag in contact willen brengen met organisaties en stichtingen die aan John Bunyan een website hebben gewijd. Helaas is er op dit ogenblik nog geen Nederlandstalige site voorhanden. Wanneer deze wordt gerealiseerd, zullen wij op deze plek gaarne een 'link' inbouwen, zodat U van hieruit kunt worden doorverbonden met de John Bunyan Stichting. Voorlopig hebben wij voor U een aantal Engelstalige websites geselecteerd, die wij alleszins de moeite van een bezoek waard achten:

Ten behoeve van bezoekers aan deze website die geïnteresseerd zijn in het leven en werk van John Bunyan, hebben wij een (Nederlandstalig) overzicht samengesteld. U leest deze informatie na het aanklikken van onderstaande link

Het leven en werk van John Bunyan in het Nedelands

Verhaal over de Verleider

Recentie van H. van 't Veld

Het leven van Meester Kwaad

De Christenreis naar de eeuwigheid

De Christenreis naar de eeuwigheid 2

De Christinnereis naar de eeuwigheid  Nieuw

Gesprek tussen de Zondaar en de Spin

Verhandeling van de onvruchtbare vijgeboom.

De Antichrist en zijn val en het doden van de getuigen

!
 <<