‘Monty! Stop! Stop!’ Victor schreeuwt wanhopig. Dit is een droom. Een nachtmerrie. Het kan niet waar zijn.
Het kan niet waar zijn dat hij de weg over wordt gesleurd door zijn eigen pony. Hij knijpt zijn ogen dicht. Opent ze weer. De bomen schieten in een groene waas voorbij.
Maar de pijn. De verschrikkelijke pijn aan zijn enkel. Alsof zijn voet er wordt afgerukt.
Zijn schouders. Zijn rug. Zijn achterwerk.
‘Stop! Stop!’
Een auto schiet toeterend voorbij. Ik ga dood, flitst het door hem heen. Ik ga dood, hier, zomaar op straat. Straks rijdt er een auto over me heen. Of ik bots tegen een boom op.
Tegelijk komt er een andere gedachte in hem op. Nee. Nee, het mag niet. Ik wil niet doodgaan!