FRANCISCUS RIDDERUS, 1620-1683,
9789079845026
Samenvatting proefschrift Tot voorkort was over de Rotterdamse theoloog Franciscus Ridderus (1620–1683) niet veel bekend. Een aantal studies over hem en zijn werk is verschenen maar dat is beperkt en fragmentarisch te noemen. Het is dan ook verheugend dat in deze lacune reeds in een eerste aanzet is voorzien door de verschijning van de historische biografie van H.J. Postema, getiteld ‘Strijder op de middenweg. Leven en werk van Franciscus Ridderus’, Heerenveen 2005. In een tweede aanzet wordt in dit proefschrift een analyse en structurering van zijn theologisch werk geboden, uiteraard binnen de maatschappelijke en politieke context van zijn tijd. Het onderzoek heeft uitgewezen dat de gemeenschap met Christus van fundamentele betekenis is voor Ridderus’ theologie. Deze notie heeft alles te maken heeft met het werk van de Geest Die de gelovigen met Christus tot een organisch pneumatisch levensverband brengt. Dit beschrijft Ridderus met affectieve taal en beeldspraak ontleend aan het Hooglied, citaten uit geschriften van Bernardus van Clairvaux (1090–1153), het voorbeeldig lijden en sterven van Jezus Zelf en het ‘naebeelt’ van de martelaren.
De praktijk van de godsvrucht, de praxis pietatis, omvat niet alleen de heiliging van het innerlijk van de gelovigen maar ook het uiterlijk, dus hun gestalte en levensstijl. De praktijk van de godsvrucht dient te worden beoefend in rijkdom en armoede, voorspoed en tegenspoed, leven en sterven. Als men de regering van God niet erkent en afwijkt van Zijn instellingen door te pronken met dure kleding, huisraad, een groot huis enzovoort en/of het houden van overdadige maaltijden/ bruiloften die boven iemands ‘staat’ en ‘stand’ uitgaan, is dat zonde waarop Gods straffen te verwachten zijn. Het onderzoek van het geweten is karakteristiek voor de nauwgezetheid van de praktijk van de godsvrucht waarbij geen detail van het christelijk leven is overgelaten aan eigen inzicht. Ridderus’ arbeid als exegeet, apologeet van de orthodox-gereformeerde schriftleer, dogmenhistoricus en toeruster van predikanten en kerkgangers, moeten worden gezien als een prikkel tot voortgang in de praktische vroomheid die haar hoogtepunt vindt in het ‘welsterven’.
Ridderus blijkt tot op zekere hoogte te ademen in de geest van de late middeleeuwen. Dit blijkt onder meer uit zijn stelling dat werelds lachen voor een christen niet past omdat de Schrift ook nergens zegt dat Jezus gelachen heeft; vervolgens uit zijn gedachten over de stervenskunst en ten slotte uit de duiding van kometen als tekenen van naderend onheil.
Het uitgangspunt voor zijn doopleer is niet gelegen in de wedergeboren christen zoals bij zijn collega uit Bleiswijk, A. de Herder (1638/9–1699), met wie Ridderus in een felle polemiek verwikkeld was, maar in het genadeverbond. Bij het avondmaal gaat het niet om de menselijke geschiktheid en waardigheid, maar om de instelling van Christus. Niet het gevoel, maar gehoorzaamheid van het geloof heeft het volle pond.
Interessant is dat Ridderus over pastoraal-psychologische kennis en technieken beschikt en daarmee velen die in noodsituaties verkeerden, heeft gediend. Zij die gekweld werden door zondige begeerten, twijfel, wanhoop enzovoort wierp hij niet terug op zichzelf, maar op de betrouwbare beloften van God in Zijn Woord.
Veelvuldig blijkt dat Ridderus over de Reformatie heen teruggrijpt naar de vroeg-christelijke kerk. Zo beroept hij zich veelvuldig op de patres, citeert hij talloze malen Bernardus van Clairvaux en rooms-katholieke auteurs hetwelk een bewijs vormt voor de katholieke inslag in zijn theologisch denken en diens katholiek kerkbegrip.
Het is bekend dat Ridderus geen program tot reformatie opgesteld heeft zoals bijvoorbeeld bij W. Teellinck (1579–1629) wel het geval is. Dit onderzoek wijst evenwel uit dat alle reformatiepunten die karakteristiek zijn voor de Nadere Reformatie in zijn werk terug te vinden zijn. De theocratische boodschap richting gezin, kerk en overheid wordt verspreid over zijn geschriften aangetroffen, terwijl veel reformatiepunten puritanistisch gekleurd zijn. Ridderus heeft voor de beschrijving van de reformatie veelvuldig gebruik gemaakt van geschriften van W. Teellinck, de Amsterdamse predikant en auteur P. Wittewrongel (1609–1662) en de vader van het puritanisme, W. Perkins (1558–1602). Dit bevestigt de stelling dat Ridderus voluit als vertegenwoordiger van de Nadere Reformatie kan worden beschouwd.
!
<<
|
|